Nieuwe Nuts

Levensloop

Laatst geactualiseerd in 2007

Een Nieuw Nutsbedrijf wekt een nieuwe lokale activiteit en entiteit tot leven. Daarbij kunnen zich alle levensfasen voordoen van conceptie, groei, volwassenwording en zelfs afsterven. Het is goed om de belangrijke levensfasen bij aanvang onder ogen te zien.

Onderlinge verhoudingen

De ‘founding partners’ zullen bij aanvang afspraken maken over de onderlinge verhoudingen, de taakverdeling, de winstverdeling en de toe- en uittreding. Als bottom-line zal het Nieuwe Nutsbedrijf voorzieningen treffen waardoor de continuïteit van de nutsvoorziening is gewaarborgd, ook wanneer partners voortijdig uittreden (i).

Structurering van samenwerking

Tussen de producenten heerst een potentieel spanningsveld. Gaan zij elkaar beconcurreren en is die concurrentie in het belang van het Nieuwe Nutsbedrijf? Binnen het Nieuwe Nutsbedrijf zal onderlinge samenwerking, en geen wedijver, geboden zijn. Zolang ieders bijdrage complementair is zijn er weinig spanningen te verwachten. Zodra producenten elkaar qua aard van hun bijdrage kunnen verdringen, liggen spanningen juist wel voor de hand. Initieel zullen de benodigde capaciteiten en ieders bijdrage in de investeringen leidend zijn bij vaststelling van de verhoudingen. Bij schaalvergroting en taakverbreding zullen de verhoudingen echter gaan schuiven en het is dan de vraag bij wie de extra kosten en baten komen te liggen.

Uitbreiding van de partnerkring

De vraagstelling kan zelfs complexer zijn dan alleen de verdeling tussen zittende productiepartners. Stel dat de productiecapaciteit binnen de Nieuwe Nutszone moet worden uitgebreid. Zullen de productiepartners dan een nieuwe producent in hun midden opnemen, of breiden ze liever zelf uit? Wellicht kiezen ze er liever voor zelf uit te breiden. Een nieuwe productiepartner zou hun invloed immers doen verwateren. De duurzaamheid kan er echter beter mee zijn gediend als de reeds bestaande capaciteiten van een nieuw op te nemen producent in het nutssysteem wordt betrokken. Nieuwe Nuts biedt de nieuwe gegadigde daarbij een bijzondere mogelijkheid: het charmeoffensief. Hij kan proberen de bewoners - die in het Nieuwe Nutsbedrijf medezeggenschap hebben - te overtuigen dat zijn participatie de milieuprestaties verbetert en de kosten zal verlagen.  

Maatschappelijk verantwoorde vennootschapsstructuur

Primair is uitbreiding natuurlijk een verantwoordelijkheid van de directie van het Nieuwe Nutsbedrijf. Daar zullen de operationele beslissingen dan ook vallen. Maar de directie wordt door de bewonersparticipatie wel gedwongen om een brede (lees: maatschappelijk verantwoorde) beslissing te nemen. Bovendien is sprake van een grote mate van transparantie van de af te wegen factoren en belangen. De participatieve structuur van het Nieuwe Nutsbedrijf dwingt een efficiënte en verantwoorde ondernemingsstijl af. MVO (ii) wordt dan meer dan een reclameboodschap voor imagoverbetering. Het wordt een onderdeel van de vennootschapsstructuur. Ook op andere gebieden gaan andere verhoudingen ontstaan. De vestiging van een lokaal MKB-bedrijf kan plotseling directe voordelen bieden voor alle bewoners. Bovendien ontstaat er bij omwonenden belangstelling en begrip voor de productie in het naburige bedrijf. Ze hebben zelfs nog enige invloed op de bedrijfsmiddelen die er worden ingezet en hebben profijt van efficiënte productiemethoden. Uiteindelijk zijn zij het ook die - via het Nieuwe Nutsbedrijf - de diensten van de producent inkopen. Aldus ontstaat een relatie tussen lokaal MKB en de bewoners, en wordt de gemeente weer gemeenschap waarin begrip leeft voor elkaars belangen en men profijt heeft van elkaars aanwezigheid. 

Exit en faillissement

In het enthousiasme van de geboorte wordt het einde maar al te makkelijk vergeten. Economen en juristen die de zaak structureren kijken nu juist wel naar die verdere horizon. Hoe stappen participanten uit en wat gebeurt er als de boel failliet gaat?

Een lokale nuts BV wordt zodanig gefinancierd dat hij failliet kan gaan. Dat wordt niet anders bij Nieuwe Nuts. De vraag is: wie zorgt voor de continuïteit wanneer het mis gaat? Een Nieuw Nutsbedrijf met een sterke moedermaatschappij kan omvallen, maar de brokstukken zullen vrij snel bijeen worden geraapt om de dienstverlening te continueren. Het moederbedrijf heeft de middelen en wil zoveel mogelijk gezichtsverlies vermijden. De zwakkere partners raken wellicht hun aandeel kwijt en de sterke moeder kan het bedrijf en de assets consolideren. Voordeel van de sterke moeder is continuering van de nutsdienst. Nadeel is de ingebouwde incentive om de boel daadwerkelijk failliet te laten gaan. Op deze wijze kan een sterke moeder zich van ‘lastige’ participanten ontdoen en de marges opvoeren.

Zekerstelling van de infrastructuur

Een faillissement zonder sterke moeder brengt weer andere implicaties met zich mee. Als er niemand is die zich direct geroepen voelt om in te springen zal in de richting van de overheid  worden gekeken. De gemeente zal vanuit openbare orde en veiligheid wellicht verantwoordelijkheid moeten nemen, mogelijk met stevige financiële risico’s. Zonder meer wordt het mogelijk voor kapitaalkrachtige partijen om bij faillissement de bedrijfsmiddelen van het Nieuwe Nutsbedrijf in bezit te nemen. Twee zaken moeten derhalve vooraf worden opgelost: risico’s moeten worden ingecalculeerd, en energienetten moeten niet in handen van derden kunnen verdwijnen. Ook niet door faillissement.

Warmtewet

Voor de risico’s rond continuïteit van warmtenetten wordt in het ontwerp van de Warmtewet (stand zomer 2007) veel verantwoordelijkheid bij het Rijk (Ministerie van EZ) gelegd. Bij vergunningverlening tot warmtelevering wordt toegezien op bedrijfsmatige en vakinhoudelijke kwaliteiten. Indien de warmtevoorziening binnen gestelde tariefplafonds niet rendabel te krijgen is kan ontheffing worden verleend van die platfonds. In dat geval wordt het risico dus eigenlijk naar de consument verlegd. Wanneer de warmteleverancier niet goed functioneert kan de minister ingrijpen en andere partijen aanwijzen die de warmtevoorziening moeten overnemen. Noodproducent en -leverancier maken dan aanspraak op een vergoeding, die blijkens de Memorie van Toelichting bij de ontwerp Warmtewet wordt opgebracht door de Staat (iii). De minister kan ook besluiten dat er alsnog een gasnet wordt aangelegd. Ook in dat geval volgt er kostenvergoeding door de Staat. Die vergoeding komt toe aan de partij die het gasnet aanlegt en de bewoners die moeten overschakelen.

Profijt voor de markt, risico's voor de overheid

Deze regeling legt financiële risico’s bij het Rijk zonder dat het Rijk ook de zekerheidsrechten op de netten verkrijgt. Die netten kunnen zo ten prooi vallen aan commerciële private partijen terwijl de ultieme risico’s - via het Rijk - bij de belastingbetaler worden gelegd. Voor gemeenten is het uiteraard een rustgevende gedachte dat zij financieel geheel vrijuit zou gaan bij uitval of faillissement (v). Vreemd is echter dat ook marktpartijen kennelijk door het Rijk worden afgeschermd van de volle risico’s van hun activiteiten. Instelling van het Nieuwe Nuts Waarborgfonds levert duidelijk een meer evenwichtige regeling waarbij de marktpartijen bovendien zelf de fondsvorming en risicocalculaties voor hun rekening moeten nemen.  

Zekerstelling van nutsfuncties en -netten

Er is bovendien nóg een reden om voor een waarborgfonds te kiezen. Door dit fonds als spil in de financiering van de netten te laten fungeren, kunnen zekerheidsrechten op die netten bij het fonds worden gehouden. Op deze manier wordt niet alleen een regeling voor risico’s getroffen. Tegelijk wordt voorkomen dat netten in handen van derden kunnen vallen. Alleen het waarborgfonds kan zekerheidsrechten verkrijgen. Bij eventueel faillissement zullen de netten aan het fonds - en niet aan overheden of commerciële partijen - toevallen. Daarmee worden voor overheden grote risico’s vermeden, en blijven de netten in de sfeer van het maatschappelijk belang dat met Nieuwe Nuts wordt gediend.

Gas- en elektriciteitsnetten

Ook bij gas- en elektriciteitsnetten bestaan onzekerheden in geval van faillissement (v). Zo is het toegestaan om zekerheidsrechten te vestigen op energie-infrastructuren. Voor gas en elektriciteit heeft de Minister onlangs aangegeven hieraan - in het kader van de Splitsingswet - geen beperkingen te stellen (vi). Kennelijk neemt ze aan dat bij executie het voorbehoud kan worden gehandhaafd dat gas- en elektriciteitsnetten enkel binnen de kring van de overheid worden verhandeld (vii). Het is zeer de vraag of dat juist is. Zeker in internationale en verdragsrechtelijke context valt moeilijk in te zien hoe dit bijvoorbeeld tegen buitenlandse schuldeisers valt in te roepen. Bij de huidige uitvoeringsregelingen van de Splitsingswet moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat een achterdeur wagenwijd wordt opengezet voor vervreemding van de netten aan (buitenlandse) private partijen, zonder dat de zittende aandeelhouders in kunnen grijpen (viii) dan wel profiteren (ix). Dit betreft de gas- en elektriciteitsnetten. De warmtenetten kunnen sowieso - dus los van zekerheidsrechten - worden vervreemd en in private handen belanden.

Koppeling van net en het gebate vastgoed

Internationalisering van de energiesector brengt de nodige onzekerheid met zich mee voor de zeggenschap over de energienetten. Dit kan een belangrijk argument zijn voor gemeenten en provincies om vast te houden aan hun controlerend belang in de netwerkbedrijven. Als aandeelhouder kunnen ze er dan op toezien dat geen substantiële zekerheidsrechten (meer) worden geboden op de energie-infrastructuur, buiten de kring van de overheid (x). De onzekerheid kan ook een belangrijk argument zijn om distributienetten juridisch te koppelen aan het vastgoed dat ermee is gebaat (gemeenschappelijk net) (xi). In dat geval kunnen de netten niet plotseling naar een buitenlandse (financiële) partij verdwijnen. Dit biedt naar zich nu laat aanzien de beste bescherming tegen (internationale) monopoliemacht. En dat is dan ook de constructie die met Nieuwe Nuts wordt voorgesteld. De energienetten zijn dan verbonden aan het vastgoed dat ermee is gebaat en zekerheidsrechten worden uitsluitend gegeven aan een waarborgfonds dat gecollectiveerde zekerheid tegen risico’s biedt (xii).

Bundeling van zekerheid en expertise

Dit Nieuwe Nuts Waarborgfonds kan een vitale rol spelen bij de totstandkoming en groei van Nieuwe Nutsbedrijven en bij beheersing van bedrijfsmatige risico’s. Naarmate Nieuwe Nuts meer geïnstitutionaliseerd raakt kunnen benchmarks ontstaan voor Nieuwe Nutsbedrijven. Mogelijk worden ervaring en expertise gebundeld in een gemeenschappelijk competentiecentrum. Tot die tijd zullen de beste oplossingen echter vooral in de praktijk moeten ontstaan. 

 

 

Nieuwe Nuts

Download het rapport

 
Achtergronden van Nieuwe Nuts
Alternativenergiedorf GŁssing
Nieuwe Sanitatie in Sneek
Bioenergiedorp Jühnde
De Gouden Leeuw
De Zonneterp
Het Carrť

Waarom Nieuwe Nuts?
Duurzaamheid
Eindige hulpbronnen
De kringloopeconomie

Ontwikkelingen in NL
Lokale vlechtwerken
Individueel en collectief

Drijvende krachten
Rol van het net
IndustriŽle revolutie
Procesintensificatie

Belemmeringen
Gevestigde belangen
Nieuwe schaarste
Internationalisatie en marktwerking

Belang van elektriciteit
Elektriciteit en warmte
Decentrale elektriciteistvoorziening
Toekomst van de elektriciteitsvoorziening

Ruimtelijke orkestratie
Duurzaamheid als sturend principe
Centraal of decentraal
Innovatie in de Nieuwe Nutszone

Ruimtelijke sturing
Nutsvoorzieningen
Rol van de gemeente
Duurzaamheid en exploitatieplan

Betrokken bewoners
Bewonersparticipatie
Bewonersinitiatief
Keuzevrijheid en zelfwerkzaamheid

Ontwikkeling en dienstverlening
Waardecreatie door doelgroeporiŽntatie
Service en prestaties
Waar te beginnen?

Het Nieuwe Nutsbedrijf
Transparantie
Participatie
Levensloop

Tarieven
Prijsvorming
Prijsontwikkeling
Maatschappelijke functies

Vermogen
Fondsvorming en risicokapitaal
Maatschappelijk kapitaal
Welvaart in de Nieuwe Nutszone

Archief
 

(i) Bij warmtelevering bijvoorbeeld is de ‘stand-alone’ continuïteit van het Nieuwe Nutsbedrijf  vrij eenvoudig en relatief goedkoop te regelen. Een warmtenet beschikt dan over een back-up ketel met voldoende capaciteit om de gehele warmtelevering over te nemen. Het warmtebedrijf kan dus blijven leveren, ook als warmtelevering door de producenten stopt. De warmtevoorziening schakelt dan wel volledig over op aardgas, wat duurder kan zijn en ten koste gaat van de milieuprestaties van het systeem. De warmtelevering zelf is dan echter gewaarborgd. 

(ii) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

(iii) Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 29 048, nr. 3 p. 10. Merk op dat de MvT op dit punt niet geheel eenduidig is: in de toelichting op pagina 28 wordt het verband gelegd tussen ‘politiek besluit’ om een warmtenet aan te leggen, en de verantwoordelijkheid van ‘de overheid’ om de kosten te dragen wanneer het mis gaat. Onder deze formulering zou ook de gemeente kunnen worden aangewezen als financieel verantwoordelijke partij. Ondubbelzinnige vaststelling van de risicoverdeling schuift de ontwerp Warmtewet kennelijk door naar Ministeriele regelingen. Het laat zich raden dat de Minister alle ruimte zal benutten  die de wet biedt om uiteindelijk de risico’s bij voorkeur toch niet bij zichzelf neer te leggen. 

(iv) Zie vorige voetnoot.

(v) Op dit moment is al sprake van een grote invloed van internationaal (Amerikaans) kapitaal op de eigendomssituatie van de gas- en elektriciteitsnetten van de grote Nederlandse energiebedrijven, en zelfs op de energiewetgeving in Nederland die - mede hierdoor - ongelofelijk complex is geworden en weinig rechtszekerheid biedt.

(vi) Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 30 212, nr. 58, p. 14

(vii) Het gaat om overheidseigendom via aandelen in de netbeheerders die - na doorvoering van de Splitsingswet - de economische eigendom van de netten moeten hebben.

(viii) Ingrijpen wordt een kwestie van extra kapitaal verschaffen waarbij financiële slagkracht beslissend is. Nederlandse gemeenten en provincies zijn daarbij geen partij ten opzichte van de internationale fondsen en grootbanken. 

(ix) Mislukken van het project van de ‘vette netbeheerder’ (het loskoppelen van netbeheer als apart bedrijf) betekent dat overheden geen geld verdienen aan hun netbeheerder, maar geld moeten toeleggen of met lege handen achterblijven.

(x) Een andere weg is dat wordt toegewerkt naar een staatsmonopolie op het netbeheer na doorvoering van de Splitsingswet.

(xi) Er is dan sprake van gemeenschappelijke netten die horen bij de wijk. De verenigde eigenaren beslissen over wie het beheer voert over hun net, en wie de energie mag leveren. Zolang er geen keus is (zoals bij netbeheer of warmteproducent) levert deze situatie in ieder geval transparantie van de kostenstructuur en een zeggenschapssituatie waarin alle belangen meegewogen worden; ook die van de kleinverbruiker. Zodra er wel keuze komt  ontstaat er reële concurrentie. De eventuele voordelen die hieruit voortvloeien komen dan ten goede van de kleinverbruikers, in de vorm van lagere energielasten.

(xii) Ook voor bestaande distributienetten zou oprichting van een waarborgfonds nuttig kunnen zijn. Daarbij wordt dan toegewerkt naar uitkoop van zittende aandeelhouders die geen reële band meer hebben met het netwerkbedrijf, en herfinanciering van de netten. Zekerheidsrechten worden daarbij alleen aan het waarborgfonds vergeven. Op deze wijze kan het maatschappelijk belang van de bestaande energienetten worden veiliggesteld.

 

Nieuwe Nuts
Informatie op deze website wordt niet geactualiseerd. Ze is met de nodige zorgvuldigheid tot stand gekomen. Ze is echter geen alternatief voor gedetailleerd advies in specifieke omstandigheden. Alle teksten zijn geschreven op persoonlijke titel van de auteur(s) en reflecteren niet noodzakelijk de zienswijze van de site-eigenaar of van welke andere natuurlijke of rechtspersoon dan ook. Eventuele onjuistheden zijn niet uit te sluiten. Vragen en reacties zijn welkom op info@nieuwenuts.nl. NieuweNuts.nl is mede mogelijk gemaakt door Elannet BV en InnovatieNetwerk.
Nieuwe Nuts